Earl Scruggs Earl Scruggs (Flint Hill (North Carolina), 6 januari1924) is een Amerikaansbanjospeler die bekend is geworden door het introduceren van een geheel nieuwe, drie-vinger stijl, die een van de kenmerkende onderdelen werd van bluegrass muziek. Zijn timing en expressie hebben de banjo-muziek voor altijd veranderd. Ook de toon die Scruggs uit zijn Gibson Granada [1] haalde is slechts door weinigen geëvenaard.
Hoorde vanmorgen op de radio dat deze levende legende op 88 jarige leeftijd is overleden ,vandaar deze repost.
Wat was het toch een prachtige combinatie,blueszanger Eric Burdon samen met de funkband War.Helaas nooit live in aktie gezien,maar gelukkig zijn er nog prachtige opnames overgebleven zoals onderstaande beelden laten zien.Ik vind ze prachtig ,dus natuurlijk op mijn blog.
Tobacco Road
Eric Burdon - vocals
Lonnie Jordan - organ/piano/percussion
Charles Miller - flute/sax/percussion
Howard Scott - guitar
Lee Oskar - harmonica
B. B Dickerson - bass
(Papa) Dee Allen - bongos/congas/percussion
Harold Brown - drums/percussion ---
Foto Arthur
Vier jaar geleden zagen we Nico Wayne Toussaint al in aktie in ons favoriete bluesclubje "De Viersprong".We waren toen al behoorlijk onder de indruk van zijn optreden dus voldoende redenen om naar Oostburg af te reizen.Het is even een stukje rijden ,maar het was de moeite meer dan waard.Nico is een fenomeen op de harmonica en begeleid door een uitstekende band maakte hij er een mooie show van. Hieronder een paar filmpjes met een helaas zeer matig geluid,maar het geeft toch aardig sfeer van de avond weer.
Nico Wayne Toussaint ontdekte de blues op zijn vijftiende bij het beluisteren van de plaat van Muddy Waters “Hard Again” met James Cotton op bluesharp. Het sublieme harmonicaspel van James Cotton en ook dat van Junior Wells zette hem aan om op zijn achttiende zelf de bluesharp ter hand te nemen.
Een hoofdrol was er ook voor gitarist Florian Royo.
Nico begon zijn carrière samen met zijn vader op piano. Via zijn Amerikaanse peetvader maakte hij kennis met “echte” blueslegendes uit Chicago, Minneapolis, Minnesota en de rest van de staten. Zo speelde hij o.a. samen met Luther Allison, Eddy C. Campbell, Cash McCall en Willy Kent. Maar het meest werd hij waarschijnlijk beïnvloed door de harper uit Minneapolis, RJ Mischo, wiens band hij mocht lenen om zijn eerste cd “My Kind Of Blues” op te nemen in januari 1998. Deze CD werd bekroond met de “Euroblues 98 Trophy of the Best Young French Artist”.
Eenmaal terug in Frankrijk richtte Nico zijn eigen band op en al gauw veroverde hij Europa. Tegenwoordig woont hij in Miami.
(Foto Willem)
"Nico has the fat harmonica tone and energy
and presence that all players strive for !!!!"
R.J. mischo
Weer en zeer aangename verrassing afgelopen zaterdag in het altijd sfeervolle theater De Wegwijzer. Martyn Joseph was deze avond te gast,een singer/songwriter uit Cardiff.Ik had wel eens van hem gehoord,o.a zijn optreden vorig jaar in dit theater had schijnbaar veel indruk gemaakt.Er was niets teveel gezegd,een ras entertainer met prachtige songs en dito gitaarspel.
Twelve Years Old (De Wegwijzer 10-3-2012)
Behalve in zijn zijn eigen land heeft Martyn Forsyth in de US en in Canada een enorme live reputatie opgebouwd.Het is dan ook onbegrijpelijk dat hij hier in Nederland relatief onbekend is.
Cardiff Bay (De Wegwijzer 10-3-2012)
Martyn was in zijn jeugd een zeer talenvol golfer,was een van de jongste winnaars van de Glamorganshire Golf Club Championship en speelde mee British Youths and Amateur Championships in 1980. Toch koos hij voor een muzikale carriere en in 1983 nam hij zijn eerste album op met de toepasselijke titel(I,m Only Beginnin).Er zouden er nog meer dan 30! volgen waaronder zo,n tiental live albums.
Vegas (De Wegwijzer 10-3-2012)
In het begin trad Joseph hoofdzakelijk in de UK op maar in 2000 begon hij ook regelmatig in de U.S en Canada te toeren,stond op de grote Canadese folkfestivals in Vancouver,Edmonton en het Greenbelt festival in de UK.Hij verzorgde het voorprogramma voor artiesten als Marc Cohn, Joan Armatrading, Art Garfunkel, en Suzanne Vega.
Encore (De Wegwijzer 10-3-2012)
Al veel prachtige artiesten in dit theater gezien,teveel om op te noemen, maar deze Martyn Joseph was een van de hoogtepunten.Ik had een muzikale topavond en Martyn Joseph heeft er een fan bij.Dat mijn filmpjes redelijk gelukt zijn is een leuke bijkomstigheid.
Jeff Beck (Wallington (Surrey, Engeland), 24 juni 1944)
Cause We've Ended As Lovers
Toen Eric Clapton in 1965 The Yardbirds verruilde voor John Mayall and the Bluesbreakers (omdat The Yardbirds hun bluesinvloeden verruilden voor andere horizonten), kwam Beck hem vervangen. Hij speelde tot dan toe in de band The Tridents, die het niet verder had gebracht dan veel optredens en enkele demo's. Beck maakte bij The Yardbirds grote indruk met zijn voor die tijd vooruitstrevende geluidseffecten als distortion en feedback, die goed te horen zijn op de Yardbirds-hits Heart full of Soul (1965) en Shapes of Things (1966)
People Get Ready (with Rod Steward)
Beck bleef maar 18 maanden deel uitmaken van The Yardbirds. Hij verliet de band tijdens een Amerikaanse tournee eind 1966. Begin 1967 formeerde hij zijn eigen Jeff Beck Group met bassist Ron Wood (uit The Birds), drummer Ainsley Dunbar (uit John Mayall's Bluesbreakers) en zanger Rod Stewart (uit Steampacket). Voordat de eerste single was opgenomen was Dunbar al vervangen door Micky Waller.
Beck's Bolero / Immigrant Song / Peter Gunn Theme (with Jimmy Page)
Producer Mickie Most wilde van Beck een popidool maken en liet hem (ondanks de aanwezigheid van Stewart) lead zingen op de eerste twee 'commerciële' singles. De eerste, Hi ho silver lining, was een bescheiden hit. De B-kant was een bewerking van Bolero van Ravel onder de titel Beck's Bolero met Keith Moon op drums en bijdragen van Yardbirdsmaatje Jimmy Page. De tweede single, Tallyman (geschreven door Graham Gouldman), deed niet veel, maar op de B-kant was het indrukwekkende stemgeluid van Rod Stewart te horen. Hoewel het nummer de titel Rock my plimsoul kreeg en werd toegeschreven aan 'Jeffrey Rod' (Beck en Stewart) was het niet meer dan een bewerking van het bluesnummer Rock me baby, vooral bekend van B.B. King.
A day In The Live
Er kwam nog een derde single uit, het instrumentale Love is blue, maar Becks versie legde het af tegen het origineel van Paul Mauriat. Op de B-kant, I've been drinking, liet Stewart nogmaals horen een fantastische soul/blueszanger te zijn. The Jeff Beck Group maakte twee fraaie elpees, waarvan de eerste, Truth (1968), grote invloed had op de in die tijd opgerichte nieuwe afsplitsing van The Yardbirds: Led Zeppelin (aanvankelijk The New Yardbirds). De tweede lp was Beck-Ola (1969), die de heavy sound van de eerste lp verder doortrok. In het tweejarig bestaan van de band wisselde de bezetting vrijwel constant. Op de tweede lp was drummer Mick Waller vervangen door Tony Newman en maakte studiopianist Nicky Hopkins deel uit van de band.
Jeff Beck Group - Morning Dew
Ron Wood verliet de band in 1968 enige tijd om in Creation te spelen. Ook bassist Dave Ambrose (o.a. in The Brian Auger Trinity) en drummer Rod Coombes (later o.a. in Stealers Wheel en The Strawbs) waren ooit lid van The Jeff Beck Group. Omdat het succes uitbleef, ging de groep in 1969 uit elkaar. Net toen Jeff Beck een nieuwe band wilde oprichten met Stewart en de ritmesectie van de Amerikaanse band Vanilla Fudge, kreeg hij een ernstig ongeluk dat hem bijna twee jaar uit de roulatie hield.
She,s A Woman
Becks geschiedenis daarna is er een van vallen en opstaan. De ene formatie volgde de andere op, en Beck zocht meer en meer de kant van de jazzrock en fusion op. In 1972 speelde hij mee op de elpee Talking Book van Stevie Wonder, waarvan Beck later Superstition zou coveren met Beck, Bogert & Appice (de band die hij in 1969 had willen oprichten met Stewart, die inmiddels succes had met zijn solo-lp's en met de band The Faces). Eind jaren zeventig speelde Beck veelvuldig met grootheden als Jan Hammer en Stanley Clarke. Ik heb Jeff Beck een keer live gezien en wel op het bluesfestival van Peer,een indrukwekkend optreden.
Ace of Cups performing at the Festival of Growing Things, Mt. Tam Outdoor Theater, July 1 & 2, 1967
The Ace of Cups emerged in San Francisco in 1967 but moved to Marin County early on during their five years of performing. Since then, they’ve been honored as (very likely) history’s first all-female rock band (as opposed to 1950s-style vocal-focused “girl groups”), as all five members played rock band instruments, sang, and shared the songwriting.
Simplicity
Jimi Hendrix invited the band to open for him at a free concert in Golden Gate Park. In London that December, Hendrix told Melody Maker about some of the "groovy sounds" he had heard that year, "like this girl group, Ace of Cups, who write their own songs and the lead guitarist is hell, really great".
De originele bezetting met: Duane Allman (gitaar), Gregg Allman (vocalen en orgel), Dickey Betts (gitaar), Berry Oakley (basgitaar), Butch Trucks (drums) en Jai Johanny "Jaimoe" Johanson (drums)
Duane Allman
Op 29 oktober 1971, niet lang na het uitkomen van het mooie live album At Filmore East , kwam Duane Allman in een motorongeluk om het leven
Berry Oakly
Een jaar later,op 11 November 1972 kwam ook Berry Oakly om als gevolg van een motorongeluk.
Tijdje geleden kwam ik deze naam tegen op mijn speurtocht naar mooie muziek op ons onvolprezen internet.Ik was het eigenlijk al vergeten ,tot ik op het weblog "No Depression"een filmpje van deze persoon zag.Erg mooi,zanger en geweldig gitarist in de stijl van Leadbelly ,Blind Lemon Jefferson.e.a.Hier het verhaal van Mance Lipscomb
Mance Lipscomb (1895-1976), guitarist and songster, was born to Charles and Jane Lipscomb on April 9, 1895, in the Brazos bottoms near Navasota, Texas, where he lived most of his life as a tenant farmer. His father was an Alabama slave who acquired the surname Lipscomb when he was sold to a Texas family of that name. Lipscomb dropped his given name, Bowdie Glenn, and named himself Mance when a friend, an old man called Emancipation, passed away. Lipscomb and Elnora, his wife of sixty-three years, had one son, Mance Jr., three adopted children, and twenty-four grandchildren.
SugarBabe
Lipscomb represented one of the last remnants of the nineteenth-century songster tradition, which predated the development of the blues. Though songsters might incorporate blues into their repertoires, as did Lipscomb, they performed a wide variety of material in diverse styles, much of it common to both black and white traditions in the South, including ballads, rags, dance pieces (breakdowns, waltzes, one and two steps, slow drags, reels, ballin' the jack, the buzzard lope, hop scop, buck and wing, heel and toe polka), and popular, sacred, and secular songs. Lipscomb himself insisted that he was a songster, not a guitarist or "blues singer," since he played "all kinds of music." His eclectic repertoire has been reported to have contained 350 pieces spanning two centuries. (He likewise took exception when he was labeled a "sharecropper" instead of a "farmer.")
Motherless Children
Lipscomb was born into a musical family and began playing at an early age. His father was a fiddler, his uncle played the banjo, and his brothers were guitarists. His mother bought him a guitar when he was eleven, and he was soon accompanying his father, and later entertaining alone, at suppers and Saturday night dances. Although he had some contact with such early recording artists as fellow Texans Blind Lemon Jefferson and Blind Willie Johnsonqqv and early country star James Charles (Jimmie) Rodgers,qv he did not make recordings until his "discovery" by whites during the folk-song revival of the 1960s.
All Night Long
Between 1905 and 1956 he lived in an atmosphere of exploitation, farming as a tenant for a number of landlords in and around Grimes County, including the notorious Tom Moore, subject of a local topical ballad. He left Moore's employ abruptly and went into hiding after he struck a foreman for abusing his mother and wife. Lipscomb's own rendition of "Tom Moore's Farm" was taped at his first session in 1960 but released anonymously (Arhoolie LP 1017, Texas Blues, Volume 2), presumably to protect the singer. Between 1956 and 1958 Lipscomb lived in Houston, working for a lumber company during the day and playing at night in bars where he vied for audiences with Texas blues great Sam "Lightnin'" Hopkins,qv whom Lipscomb had first met in Galveston in 1938. With compensation from an on-the-job accident, he returned to Navasota and was finally able to buy some land and build a house of his own. He was working as foreman of a highway-mowing crew in Grimes County when blues researchers Chris Strachwitz of Arhoolie Records and Mack McCormick of Houston found and recorded him in 1960.
See see Rider
His encounter with Strachwitz and McCormick marked the beginning of over a decade of involvement in the folk-song revival, during which Lipscomb won wide acclaim and emulation from young white audiences and performers for his virtuosity as a guitarist and the breadth of his repertoire. Admirers enjoyed his lengthy reminiscences and eloquent observations regarding music and life, many of which are contained in taped and written materials in the Mance Lipscomb-Glenn Myers Collection in the archives and manuscripts section of the Barker Texas History Centerqv at the University of Texas at Austin. He made numerous recordings and appeared at such festivals as the Berkeley Folk Festival of 1961, where he played before a crowd of more than 40,000. In clubs Lipscomb often shared the bill with young revivalists or rock bands. He was also the subject of a film, A Well-Spent Life (1970), made by Les Blank. Despite his popularity, however, he remained poor. After 1974 declining health confined him to a nursing home and hospitals. He died in Grimes Memorial Hospital, Navasota, on January 30, 1976, and was buried at West Haven Cemetery.
Written by
John Minton
Baby Please Dont Go
Arhoolie Records (El Cerrito, California) has released seven albums of material by Lipscomb: Mance Lipscomb: Texas Songster and Sharecropper (Arhoolie 1001); Mance Lipscomb Volume 2 (Arhoolie 1023); Mance Lipscomb Volume 3: Texas Songster in a Live Performance (Arhoolie 1026); Mance Lipscomb Volumes 4, 5, and 6 (Arhoolie 1033, 1049, and 1069); and You'll Never Find Another Man Like Mance (Arhoolie 1077). Trouble in Mind was released by Reprise (R-2012). Individ pieces are included in other anthologies.
Alcohol Blues
Very nice story about the frienship between Michael Birnbaum and Mance Lipscomb,see:
http://psych.fullerton.edu/mbirnbaum/mance/
Warren Haynes is een van Rolling Stone's 25 "greatest guitarists" of all time.Behoort ook al een aantal jaren tot een van mijn favorieten en zag hem ook al een aantal malen optreden met zijn eigen band (Gov,t Mule).Werkt veel samen met The Allman Brothers Band, The Dead en the Dave Matthews Band en is bovendien een prima songwriter.Hier zien we hem in aktie tijdens de Red, White & Blues event in de East Wing
Susan Tedeschi and Derek Trucks - Rollin' and Tumblin'
Susan Tedeschi& Derek Trucks traden in 2001 in het huwelijk en formeerden The Tedeschi Trucks Band in . Tedeschi toerde o.a met B.B. King, Bob Dylan, en the Rolling Stones. Trucks is een gewledige gitarist,zag hem zowel met zijn eigen band(Peer)als met Clapton(Ahoy) .