Een mooie interactie tussen de lezers van mijn blog.Een van deze lezers(JoGi.) vroeg in een reactie op een artikel over Albert Lee of ik iet in mijn verzameling had van gitarist Preston Reed.Hoewel ik wel van hem gehoord had ,heb ik niets van hem in mijn bezit.Maar...suprise!!!,mijn blogvriend uit het hoge noorden(Gerrit)had de reactie ook gelezen en nog geen dag later zat er een complete instructie video van Preston in mijn mailbox!Dat is nog eens samenwerking!Natuurlijk mijn gitaar gepakt om het eens te proberen ,maar daar ben ik maar mee gestopt.iets te hoog gegrepen voor mijn stramme vingertjes.Hieronder een fragment.
Preston Reed (born April 13, 1955, Armonk, New York) is an American fingerstyle and tapping guitarist.
Preston Reed learned guitar as a child on his father's guitar and, for a short time, classical guitar with a too-severe teacher. When he was 16 his interest was rekindled by Jorma Kaukonen's acoustic guitar-playing in Hot Tuna. He took the guitar again and began to compose his own songs in the style of Leo Kottke and John Fahey. His first public performance was at Smithsonian Institution in Washington D.C., in a concert with Allen Ginsberg. He continued recording and performing and signed his first major label record deal with MCA Records with the help of his friend Lyle Lovett.[1]
Reed has played with various other musicians, spanning the spectrum between Linda Ronstadt and rock band NRBQ. He was featured on American radio and TV broadcasts. Between 1979 and 2007, he recorded 15 albums on several labels - mostly solo acoustic guitar -, guest-starred on other musicians productions, founded his own Outer Bridge label and featured on two solo videos. He has been commissioned for film soundtracks and a suite of original music for the Minneapolis Guitar Quartet.
Howlin’ Wolf ranks among the most electrifying performers in blues history, as well as one of its greatest characters. He was a ferocious, full-bodied singer whose gruff, rasping vocals embodied the blues at its most unbridled. A large man who stood more than six feet tall and weighed nearly 300 pounds, Howlin’ Wolf cut an imposing figure, which he utilized to maximum effect when performing. In the words of blues historian Bob Santelli, “Wolf acted out his most potent blues, becoming the living embodiment of its most powerful forces.” Howlin’ Wolf cut his greatest work in the Fifties for the Chicago-based Chess Records. Many songs with which he is most closely identified - “Spoonful,” “Back Door Man,” “Little Red Rooster” and “I Ain’t Superstitious” - were written for him by bluesmen Willie Dixon, a fixture at Chess Records who also funneled material to Wolf’s main rival, Muddy Waters. Howlin’ Wolf himself was an estimable songwriter, responsible for such raw classics as “Killing Floor,” “Smokestack Lightning” and “Moanin’ at Midnight.”
Meet me In The Bottom
Howlin' Wolf defines the Blues while slamming Son House, then performs "Meet Me In The Bottom" with the help of his Band. It's not apparent What sets Wolf off, as Son House is off mic and inaudible, but I speculate that Son may have interrupted Wolf's oration with his own famous assessment of the Blues; "Ain't but one kind of Blues..., and that consists between male and female that's in love".
In 1910, Howlin’ Wolf was born on a Mississippi plantation in the midst of a blues tradition so vital it remains the underpinning for much of today’s popular music. His birth name was Chester Arthur Burnett; “Howlin’ Wolf” was a nickname he picked up in his youth. He was exposed to the blues from an early age through such performers as Charley Patton and Willie Brown, who performed at plantation picnics and juke joints. Wolf derived his trademark howl from the “blue yodel” of country singer Jimmie Rodgers, whom he admired. Although he sang the blues locally, it wasn’t until he moved to West Memphis in 1948 that he put together a full-time band. Producer Sam Phillips recorded Howlin’ Wolf at his Memphis Recording Service (later Sun Records) after hearing him perform on radio station KWEM. Some of the material was leased to Chess Records, and in the early Fifties Howlin’ Wolf signed with Chess and moved to Chicago. He remained there until his death.
”
How many More Years "Blues at Newport 1966,, Howlin' Wolf seems to enjoy the taste of His Harmonica maybe just a bit too much. This is a very good performance by a consummate Master of the Blues. Enjoy!
Howlin’ Wolf served to influence such blues-based rock musicians as the Rolling Stones and Eric Clapton. In fact, he recorded a pair of albums - The London Howlin’ Wolf Sessions and London Revisited - with his British disciples in the early Seventies. Howlin’ Wolf’s distinctive vocal style and rough-hewn approach to the blues can also be heard in the work of such diverse artists as Captain Beefheart and His Magic Band and Led Zeppelin. Slowed down for much of the Seventies due to serious internal injuries suffered in an automobile accident, Howlin’ Wolf gave his last performance in Chicago in November 1975 with fellow blues titan B.B. King. He died of kidney failure two months later.
De twee eerste LP,s van Howlin Wolf verzamelt op een CD,mooier kan je het toch niet maken.Natuurlijk kennen we allemaal de versies van "Smokestack Lightnin'," "Red Rooster," "Spoonful," "Evil," "Wang Dang Doodle," "Back Door Man," enz, gespeeld door artiesten als Rolling Stones, Clapton, The Doors e.a.maar eigenlijk vind ik het in deze pure vorm toch het mooist.De combinatie van het ,,gehuil,, van de Wolf,de gitaar van Hubert Sumlin en de begeleiding Willie Dixon maken dit een van de mooiste bluesplaten uit mijn verzameling.
Je ben een wat sombere ,soms zelfs manisch/depressieve singer/songwriter en je ziet de club waar je die avond moet moet optreden(zie boven)tja,daar word je ook niet echt vrolijk van.Gelukkig voor Townes waren er zelf in Slovenie liefhebbers van zijn prachtige songs en werd het nog een mooie avond....
Dollar Bill Blues
Tekst: Maurice Dielemans Publicatiedatum: 01 januari 2004 ( KindaMuzik) Die laatste keer dat Townes Van Zandt in Nederland speelde, was een regenachtige novemberavond in 1996. Diep verscholen in zijn versleten regenjas slenterde de getormenteerde zanger langs de grachten van de Utrechtse binnenstad. De lange schaduwen van zijn magere gestalte jaagden argeloze voorbijgangers de stuipen op het lijf. Een paar weken daarna, nadat hij zijn laatste optreden gaf in Londen, overleed deze zonderlinge verschijning op tweeënvijftigjarige leeftijd in het bijzijn van vrienden en familie, wat gezien zijn turbulente leven ironisch mag heten.
Goin,Down to Memphis
Net als zijn grootste idool, Hank Williams (1923-1953), stierf hij op een Nieuwjaarsdag. Al in 1978, nadat hij de langspeler Flying Shoes had uitgebracht, was hij al eens zomaar van de aardbodem verdwenen. De manisch-depressieve en toen nog door het grote publiek onbeminde troubadour uit Texas leek voorgoed uitgeput. Ditmaal zorgde de ongezonde levensstijl met teveel drank, drugs en een gokverslaving ervoor dat Townes zich als een kluizenaar terugtrok in een krot ergens in een armoedige buitenwijk van Nashville.
Loretta
Toen hij een dikke tien jaar later terugkeerde met het album At My Window was zijn eerste vrouw gedood door zwervers en waren zijn oudere elpees nog steeds onvindbaar. Tijdens één van de vele optredens stapte Townes Van Zandt wel eens op een fan af, om te vragen of hij misschien wist waar zijn elpees nog te koop waren.
Katie Belle Blues
Veel later, in de jaren negentig, zwierf hij steeds vaker als een echte straatmuzikant door Europa en de Verenigde Staten van Amerika. Soms landde hij op Schiphol met enkel een gitaarkoffer in zijn hand. Dan stapte hij zomaar in een trein. In één of ander boerengehucht in noorden van het land speelde hij dan voor twintig of dertig mensen. Drie uur later was hij alweer verdwenen, op weg naar een ander gehucht. Townes Van Zandt (7 maart 1944, Fort Worth, Texas - 1 januari 1997, Smyrna, Tennessee)
In die laatste dagen van zijn leven was de gezondheid van Townes niet zo goed meer. Hoewel hij voor onvergetelijke en hypnotiserende optredens zorgde, stond hij ook vaak met bevende handen op het podium. Tussen de liedjes door vertelde hij steeds weer dezelfde flauwe grappen, zoals hij dat pakweg vijftien jaar geleden ook al deed. De jarenlange verslaving aan de godendrank eiste nu zijn tol. Het resulteerde regelmatig in onhandelbaar gedrag. J.T. Van Zandt, die regelmatig met zijn vader op tournee ging, vertelde in een interview dat Townes vlak voor zijn dood visioenen kreeg van engelen. Op het laatst waren die hallucinaties nog het enige dat hem staande hield op het podium.Je kunt het hitdossier er op na slaan, want terwijl mede-outlaws als Willie Nelson en Merle Haggard vette hits scoorden met zijn 'Pancho and Lefty', Emmylou Harris en Don Williams allebei veel succes hadden met zijn 'If I Needed You' en onder andere Steve Earle, Bob Dylan, Mudhoney, Lyle Lovett en Tindersticks eveneens zijn liedjes coverden, opereerde Townes Van Zandt vrijwel zijn gehele leven in volledige anonimiteit en obscuriteit. Nu wordt Townes Van Zandt door velen vooral gemist.(Tekst Maurice Dieleman KindaMuzik)
Albert Lee, born 21 December 1943 in Leominster, Herefordshire, England, is an English guitarist known for his finger-style and hybrid picking technique.
Geweldige gitarist,zag hem onlangs nog tweemaal bij Bill Wymans Rythm Kings,heeft nog niets van zijn scherpte verloren.Natuurlijkt een geweldige carriere achter de rug,en heeft met ontelbaar veel artiesten samengespeeld.
In 1976 verving hij James Burton bij Emmylou Harris Hotband en speelde ook mee op het Emmylou Harris album Luxery Liner.Hieronder twee opnames met deze fantastische band
Country Boy Musicladen Bremen (26-3-1977)
Vanaf zijn zevende kreeg Albert Lee pianoles. Op zijn zestiende verruilde hij dit toetseninstrument voor de gitaar. In 1964 trad Albert Lee toe tot de Thunderbirds, de begeleidingsband van Chris Farlowe. In 1968 viel het doek voor de Thunderbirds. Daarna speelde Albert Lee onder andere in Country Fever en Heads, Hands and Feet.
Luxery Liner Old Grey Whistle Test (Jan.1977)
The Hot Band:
Emmylou Harris -Guitar/Vocals,Albert Lee-Lead Guitar/Vocals,Rodney Crowell-Rythm Guitar/Vocals,Emory Gordy-Bass/Vocals,Hank DeVito-Pedal Steel,Glen D Hardin-Piano,John Ware-Drums
In 1973 trad Albert Lee toe tot de Crickets, waarin onder meer Rick Grech speelde. Een jaar later was hij actief als sessiemuzikant in de Verenigde Staten van Amerika. Vanaf 1974 is Albert Lee voornamelijk studiomuzikant en begeleider van belangrijke sterren. Albert Lee bouwde een stevige reputatie op als begeleider voor Joan Armatrading, Jackson Browne, Eric Clapton, Joe Cocker, Dave Edmunds,Emmylou Harris en vele andere artiesten. Lee past zich kennelijk gemakkelijk aan en behoort tot de weinige Engelse gitaristen met belangstelling voor country en country-rock. Van Albert Lee verschenen enkele soloalbums: "Hiding" (1979), "Albert Lee" (1982), "Speechless" (1986) en "Gagged
Snow in Aselmo(Van Morrison),Snowing in Raton(Townes van Zandt)en dan nu Snow in Zeeland (Arthur)Ondertussen alweer helemaal verdwenen maar het was toch een mooie aanleiding voor lange wandeltochten door "De Zak Van Zuid Beveland"in Zeeland.
Ook onze vriend Dylan kon er geen genoeg van krijgen zie onderstaand filmpje.
Foto,s Arthur,Muziek (The Nether Lands) Dan Fogelberg
In tegenstelling tot wat veel mensen denken heeft het nummer (The Nether Lands)niets met Nederland te maken.Het gelijknamige album is o.a opgenomen op de Caribou Ranch, in het plaatsje Nederland, Colorado ,vandaar de naam . Nether Lands is het vierde muziekalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Dan Fogelberg. Fogelberg was net verhuisd naar de Rocky Mountains toen hij werd getroffen door een writer's block. Voorts was het een strenge winter, Fogelberg kon eigenlijk geen kant op. Uiteindelijk heeft de natuur hem geïnspireerd om de draad weer op te pakken.De bergen waar hij over zingt zul je in Zeeland niet vinden,maar ik vond de muziek toch wel bij mijn filmpje passen.
Daniel Grayling Fogelberg (Peoria, Illinois, 13 augustus 1951 - Maine, 16 december 2007) was een Amerikaans singer-songwriter.
Er zijn mensen die kunnen Hotel California niet meer horen,begrijpelijk het is letterlijk en figuurlijk grijsgedraaid.Maar het is ,en blijf een ijzersterk nummer.
Ik zelf was getuige van het reunie concert van The Eagles in de Kuip in Rotterdam(1996).H.C was de opener en het begin van mischien wel een van de mooiste concerten uit mijn lange concertbezoekcarriere.(scrabblewoord?)En dan nu no.1 in de Top 2000,hoewel ik nog wel 10 andere nummers kan noemen kan ik hier toch wel vrede mee hebben.
ANTIKLIMAX!!Natuurlijk verwacht je een prachtige uitvoering van de No.1 Hotel California ,maar niets van dat alles.In plaat daarvan interview met Joe Walsh en een zeer vervelende Pierre Wind!!!Gelukkig had ik zelf nog een paar mooie uitvoeringen op de plank liggen,.
HAPPY NEWYEAR!!!!!!!
Van Morrison's first performance as a child was "Good Night, Irene", and he later recorded the song with Lonnie Donegan. In the title track to Morrison's Astral Weeks, the lyrics that refer to Lead Belly: "Talkin' to Huddie Ledbetter/Showin' pictures on the wall/" seem to be based on Morrison's real life custom of carrying around a poster of Lead Belly and hanging it on the wall wherever he was living. This was revealed in a Rolling Stone interview in 1978, where Morrison refers Lead Belly as "my guru". He also mentions Lead Belly in the lyrics to his 1982 semi-autobigraphical song "Cleaning Windows" alongside other blues musicians that inspired Morrison in his youth.
GOODNIGHT IRENE with The Chieftains
Recorded by :
Ray Anthony & his Orch.; Eddie Arnold; Chet Atkins; Gene Autry;
Bobby Bare; Big Boy Pete; James Booker; Boxcar Willie;
Big Bill Broonzy; The Brothers Four; Greg Brown; Jimmy Buffett;
Wild Bob Burgos & his House Rockers; Robert Cage;
Ian Campbell Folk Group; Johnny Cash; Bobby Charles;
The Chieftains; Clarence & Calvin; Nat King Cole; Ry Cooder;
The Countdown Singers; Floyd Cramer; Bing Crosby;
Robert DeCormier; Wilbur DeParis; Dixie Belles; Dr. John;
Lonnie Donegan; Donner Party; Brian Dullaghan; Scott Dunbar;
Johnny Duncan; Brian Ferry; Johnny Fohl; Red Foley;
Foster & Allen; Bill Frisell; Paul Gayten; Jerry Giddens;
Steve Goodman; Arlo Guthrie; Bill Haley;
The Sensational Alex Harvey Band; Jimmie Hendrix;
Priscilla Herdman; High Mountain Hoedown; Hit Crew; Bob Hope;
Lightnin' Hopkins; Mississippi John Hurt; Irish Ceili Band;
The Irish Rovers; Gordon Jenkins; Larry Johnson; Clifford Jordan;
The Kentucky Colonels; The Kingston Trio; Kiss My Jazz;
Sleepy LaBeef; Ronnie Lane; Leadbelly; Bill Leslie;
Jerry Lee Lewis; Little Richard; Fredrik Lundin; Mantovani;
John Martyn; Meat Puppets; Midnight Dynamos; Will Miller;
Mitch Miller; Mr. Boogie Woogie & the Firesweep Bluesband;
Elizabeth Mitchell; Moms & Dads; Van Morrison; Ed Motta;
Tony Mottola; Moon Mullican; Holly Near;
New York Rock & Roll Ensemble; The Nitty Gritty Dirt Band;
Norfolk Singers; Norvi Zelenaci; Odetta; The Originals;
The Orioles; Les Paul & Mary Ford; Carl Perkins;
Peter, Paul, & Mary; Kelly Joe Phelps; Alan Price; Raffi;
Jerry Reed; Peter Reece; Jim Reeves; Leon Russell; Tommy Scott;
John Sebastian; Pete Seeger; Michelle Shocked; Joe Simon;
Frank Sinatra; C.E. Smith; Robin Spielberg; Springfields;
Jo Stafford; Stardust; John Stewart; Scotty Stoneman; Toy Dolls;
Ernest Tubb; Maureen Turner; Sammy Turner; Bobby Vee;
The Ventures; The Village Stompers; The Weavers;
Lawrence Welk & his Orch.; Sbrian Wilson; George Winston.
I,m Alabammy Bound (Huddie Ledbetter) with Lonnie Donegan
Out on A Western Plane with Derek Bell (Chieftains)and Clive Culbertson(bass)
Natuurlijk ook bekend in de uitvoering van Rory Gallagher
John Hurts moeder had, toen hij negen was, een gitaar gekocht. John heeft zichzelf geleerd er op te spelen en het dorpje lag dusdanig afgelegen dat er geen rondtrekkende gitaristen
langskwamen.
Avalon,My Home Town
Zijn stijl was hierom volledig anders dan gebruikelijk en hij speelde zonder plectrum. De muziek klinkt alsof John Hurt twee gitaren tegelijkertijd speelt waarbij hij ritme en melodie combineert. Hij speelde voornamelijk op lokale feesten in de buurt van Avalon, Mississippi.
In 1928 werd hij opgemerkt door Tommy Rockwell, directeur van OKeh, en er werd een plaat opgenomen. Later werd hij uitgenodigd om naar New York City te komen voor een tweede sessie. Hij kreeg $240 voor de opnames en keerde daarna terug naar de delta, waar hij als boerenknecht werkte. De plaat had nauwelijks bekendheid tot de jaren 60 toen vele muzikanten op zoek waren naar nieuwe muziekvormen.
In 1963 werd zijn muziek herontdekt door Tom Hoskins en hij ging op zoek naar John Hurt, die nog steeds in Mississippi bleek te wonen. Tegen het eind van zijn leven nam hij nog drie albums op. In 1988 werd Mississippi John Hurt opgenomen in de Blues Hall of Fame
Hij speelde nog verschillende malen op grote muziekfestivals, had zelfs een optreden op de Tonight Show en er werden vele artikelen geschreven over hem en zijn karakteristieke stijl van gitaarspelen.
Mississippi John Hurt Live at the Philadelphia Folk Festival 1964
CC Rider
Avalon Blues
Nobody,s Dirty Bussiness
Stack-O'Lee Blues (Stagger Lee)
Let The Mermaids Flirt With Me
Let the Mermaids Flirt With Me
Blues all on the ocean, blues all in the air.
Can't stay here no longer, I have no steamship fare.
When my earthly trials are over, carry my body out in the sea.
Save all the undertaker bills, let the mermaids flirt with me.
I do not work for pleasure, earthly peace I'll see no more.
The only reason I work at all, is drive the world from my door.
When my earthly trials are over, carry my body out in the sea.
Save all the undertaker bills, let the mermaids flirt with me.
My wife controls our happy home, a sweetheart I can not find.
The only thing I can call my own, is a troubled and a worried mind.
When my earthly trials are over, carry my body out in the sea.
Save all the undertaker bills, let the mermaids flirt with me.
Blues all in my body, my darling has forsaken me.
If I ever see her face again, I have to swim across the sea.
When my earthly trials are over, carry my body out in the sea.
Save all the undertaker bills, let the mermaids flirt with me.
Blues all on the ocean, blues all in the air.
Can't stay here no longer, I have no steamship fare.
When my earthly trials are over, carry my body out in the sea.
Save all the undertaker bills, let the mermaids flirt with me.
Hurt's influence spanned several music genres including blues, country, bluegrass, folk and contemporary rock and roll. A soft-spoken man, his nature was reflected in the work, which remained a mellow mix of country, blues and old time music to the end.
Hurt died in November 1966 from a heart attack in Grenada, Mississippi
Het lijkt een wat vreemde combinatie ,,Blues,, en een ,,Fitnesscentrum,,.Maar niet als de eigenaresse van zo,n centrum (Fit-Life)een fervent liefhebber van de bluesmuziek is.
Bij ieder belangrijk bluesconcert of festival in is deze dame(Yvonne)van de partij,zo kwam ik ze vorig jaar in Peer tegen en werd ze enkele weken geleden ook bij het optreden van Joe Bonamassa in Breda gesignaleerd.En het gaat nog verder,een keer per jaar word haar fitnesscentrum omgebouwd tot een sfeervolle bluesclub met uiteraard een geweldige bluesband.Zaterdag j.l waren The Veldman Brothers te gast.Het werd weer een zeer gezellige avond,met een hapje en drankje,de beentjes gingen van de vloer en bovenal topmuziek van een geweldige band!Hieronder een korte impressie.....
Brother Shuffle/One More Change van het album Home (Foto,s Gert Schipper)
The Veldman Brothers zijn
Gerrit Veldman Gitaar&Vocals
Bennie Velman Hammond & Bluesharp
Marco Overkamp Drums
Donald van der Goes Bas
Beinvloed door de ,,helden van weleer,,
The Vaughan Brothers,Muddy Waters,Jimi Hendrix,Elmore James,Howlin Wolf,Jimmy Smith en The Fabulous Thunderbirds.