dinsdag 23 december 2008

SOUND OF THE SIXTIES







Bobby Fuller Four
Bobby Fuller (October 22, 1942July 18, 1966) was een Amerikaanse rockzanger en gitarist met als grootste "I Fought the Law".

Kort nadat "I Fought The Law" een top tien hit was geworden werd Bobby Fuller dood aangetroffen in zijn auto die was geparkeerd naast zijn huis in Los Angeles . De politie constateerde direct dat er sprake was van zelfmoord maar veel mensen geloven nog steeds dat Bobby vermoord is. Het politie onderzoek was dan ook zeer onzorgvuldig ,er werden geen vingerafdrukken genomen ,en een getuige verklaarde dat hij een politieman een blik benzine zag weggooien. Erg aannemelijk is dat de daders bij het in brand steken van de auto betrapt zijn en gevlucht.


Jay & the Americans

Jay and the Americans was een popgroep die vooral in de jaren '60 van de 20e eeuw populair was.

Aan het eind van de jaren 50 van de vorige eeuw deden enkele studenten van de New York University een auditie bij Leiber and Stoller. Zij gaven de groep de naam Binkey Jones and the Americans. De zanger was destijds Jay Traynor. Na de eerste hit "She Cried" (1962) verliet hij de groep om plaats te maken voor David Blatt. Deze nam de naam Jay over, zodat de groep verder kon gaan onder de nieuwe naam "Jay and the Americans". Jay Black kwam over van "The Empires", waarvan hij Marty Sanders (Kupersmith) mee bracht. In 1963 kwamen zij weer in de hitlijsten met "Only In America", dat eigenlijk geschreven was voor "The Drifters".

Verdere hits waren "Come a Little Bit Closer" in 1964 (3e) en "Cara Mia" in 1965 (4e). In 1968 bereikten zij met "This magic moment" de 9e plaats. Eerder scoorden zij hits met Roy Orbisons "Crying", "Hushaby" en Neil Diamonds eerste grote hit als songwriter "Sunday and me" en nog anderen. In 1969 hadden zij hun laatste hit: "Walkin'in the rain". Hierna ging de groep uit elkaar.

De groep bestond uit: zanger Jay Black (Jay Blatt), gitarist Marty Sanders (Marty Kupersmith), Sandy Deane (Sandy Yaguda), Kenny Vance (Kenny Rosenberg), Howie Kane (Howie Kirshenbaum). Zijdelings moet worden opgemerkt dat er 2 onbekenden een kans kregen in hun backup band. dit waren Walter Becker and Donald Fagen (Steely Dan)



Johnny Rivers

Johnny Rivers (echte naam John Henry Ramistella, 7 November 1942, in New York) is een Amerikaanse rock en roll zanger, songwriter, gitarist, en platenproducer. Hij is zeer veelzijdig en zijn repetoire omvat folk songs, blues rock 'n' roll en origineel materiaal. Rivers's grootste hits waren in sixties met nummers als Seventh Son", "Poor Side of Town", "Summer Rain", and "Secret Agent Man.


Lovin Spoonful

The Lovin' Spoonful was een Amerikaanse pop-rockband met folkinvloeden, bekend van hits als "Daydream" en "Summer in the City".

In 1965 werd de groep opgericht door John Sebastian, de frontman en belangrijkste tekstschrijver van de groep, en gitarist Zal Yanovsky, in New York City. Yanovsky was afkomstig uit de folkgroep The Mugwumps, waar onder andere ook de toekomstige The Mamas and the Papas-leden Mama Cass Elliot en Denny Doherty bij hoorden. Sebastian was eveneens een goede bekende in de muziekwereld, die opgroeide in de folkscene van het New Yorkse Greenwich Village. Hij was de zoon van een virtuoos mondharmonicaspeler en bespeelde het instrument zelf ook. Sebastian had al ervaring met optredens en opnames en speelde zelfs voor een korte tijd bij The Mugwumps. Naast Sebastian en Yanovsky bestond de band uit zanger/drummer Joe Butler en bassist Steve Boone.




The Young Rascals
The Rascals (ook wel bekend alsThe Young Rascals) waren een Amerikaanse soul en rock group uit de sixties.
Eddie Brigati (vocals), Felix Cavaliere (keyboard, vocals), Gene Cornish (guitar) en Dino Danelli (drums) begonnen de groep in New Jersey,de geboorteplaats Brigati en Danelli. Driekwart van de band was eerder
lid Joey Dee and the Starliters.




The Vogues was een Amerikaans vocal quartet uitTurtle Creek, Pennsylvania, U.S. een voorstad van Pittsburgh. de band bestond uit Th Bill Burkette (lead baritone), Don Miller (bariton), Hugh Geyer (eerste tenor) en Chuck Blasko (tweede tenor).


zaterdag 20 december 2008

Arthur,s Muziekverzameling C 231-235

231 Ray Charles Legends
Crying Time met BarbaraStreisand





232 Ray Charles Live at Newport 1958
Halleluja opname uit 1955




233 The Chess Blues Rock Song book
JB.Lenoir & Freddy Below Live 1965



234 Chicago Transit Authority
I,m a Man




325 Chicago SoundStage (DVD)
25 or 6 to 4

woensdag 17 december 2008

ATOM HEART MOTHER (PINK FLOYD)

.
Hele mooie uitvoering van Atom Heart Mother door studenten van het Conservatorium in Parijs
(maart 2003)

Atom Heart Mother is een studioalbum uit 1970 van Pink Floyd. Het album werd geproduceerd door Norman Smith en als technicus was Alan Parsons verantwoordelijk.

Het album werd vernoemd naar het titelnummer, dat eigenlijk The Amazing Pudding had zullen heten. Een krantenartikel onder de titel "Nuclear drive for woman's heart" inspireerde echter de bandleden tot de nieuwe titel. Atom Heart Mother werd opgenomen in EMI's Abbey Road Studios te Londen.

De albumhoes toont een koe in een weiland, zonder enige tekst of andere aanwijzingen. Omdat Pink Floyd vrijelijk wilde experimenteren met allerlei soorten muziek, zonder geassocieerd te worden met een specifieke stijl of imago zochten ze een neutraal hoesontwerp. Storm Thorgerson, geïnspireerd door Andy Warhols koeienbehang, zei later dat hij eenvoudig een stukje het platteland inreed, en het eerste ding fotografeerde dat hij zag. De naam van de koe is Lulubelle III.

zaterdag 13 december 2008

Arthur,s Muziekverzameling C 226-230

226 Champagne Charlie Down the Road
Zomaar een mooie zonnige zaterdag in mijn geboorteplaats Middelburg,Champagne Charlie speelt onder de Lange Jan,ontmoetingen met een hoop oude bekenden.En dat allemaal onder het genot van een koud biertje op het terras van Desafinado.

Downtown Stomp (Frank Stokes)



227 Campagne Charlie Mr Charlies "Blues) feat.Hans Theessink
(bij deze opnames was Arthur aanwezig)






228 Champion Jack Dupree


Diggin my Potatos

229 Gene Chandler The Duke of Earl




230 Tracy Chapman Let it Rain


Your the one

zondag 7 december 2008

Arthur,s muziekverzameling C 221-225

221 Eva Cassidy Sings (DVD) Autum Leaves




222 Eva Cassidy Live at Blues Alley People Get ready




223 Tommy Castro Gratitude




224 CCR Platinium




225 The Chamber Brothers The Time has gone

dinsdag 2 december 2008

CHAMPION JACK DUPREE

Afbeelding toevoegenWilliam Thomas Dupree,beter bekend als Champion Jack Dupree, was een Amerikaanse blues pianist. Zijn geboortedatum is niet bekend 4 ,10 of 23 Julie worden genoemd, in het jaar1908, 1909, of 1910. Hij overleed 21 Januarie 1992.


Champion Jack Dupree & King Curtis Montreux 1971

A formidable contender in the ring before he shifted his focus to pounding the piano instead, Champion Jack Dupree often injected his lyrics with a rowdy sense of down-home humor. But there was nothing lighthearted about his rock-solid way with a boogie; when he shouted "Shake Baby Shake," the entire room had no choice but to acquiesce.



Aint that a Shame Montreux 1980
Champion Jack Dupree - vocal, piano; Lee Allen - tenor sax; Dave Douglas - guitar; Carton McWilliams - bass; Bernard 'Pretty' Purdie - drums.

Dupree was notoriously vague about his beginnings, claiming in some interviews that his parents died in a fire set by the Ku Klux Klan, at other times saying that the blaze was accidental. Whatever the circumstances of the tragic conflagration, Dupree grew up in New Orleans' Colored Waifs' Home for Boys (Louis Armstrong also spent his formative years there). Learning his trade from barrelhouse 88s ace Willie "Drive 'em Down" Hall, Dupree left the Crescent City in 1930 for Chicago and then Detroit. By 1935, he was boxing professionally in Indianapolis, battling in an estimated 107 bouts.



Chicken Chack With the band of Monty Sunshine.

In 1940, Dupree made his recording debut for Chicago A&R man extraordinaire Lester Melrose and OKeh Records. Dupree's 1940-1941 output for the Columbia subsidiary exhibited a strong New Orleans tinge despite the Chicago surroundings; his driving "Junker's Blues" was later cleaned up as Fats Domino's 1949 debut, "The Fat Man." After a stretch in the Navy during World War II (he was a Japanese P.O.W. for two years), Dupree decided tickling the 88s beat pugilism any old day. He spent most of his time in New York and quickly became a prolific recording artist, cutting for Continental, Joe Davis, Alert, Apollo, and Red Robin (where he cut a blasting "Shim Sham Shimmy" in 1953), often in the company of Brownie McGhee. Contracts meant little; Dupree masqueraded as Brother Blues on Abbey, Lightnin' Jr. on Empire, and the truly imaginative Meat Head Johnson for Gotham and Apex.


Live Beatclub 1970
King Records corralled Dupree in 1953 and held onto him through 1955 (the year he enjoyed his only R&B chart hit, the relaxed "Walking the Blues.") Dupree's King output rates with his very best; the romping "Mail Order Woman," "Let the Doorbell Ring," and "Big Leg Emma's" contrasting with the rural "Me and My Mule" (Dupree's vocal on the latter emphasizing a harelip speech impediment for politically incorrect pseudo-comic effect).



Diggin my Potatos Frankrijk Jaar..

After a year on RCA's Groove and Vik subsidiaries, Dupree made a masterpiece LP for Atlantic. 1958's Blues From the Gutter is a magnificent testament to Dupree's barrelhouse background, boasting marvelous readings of "Stack-O-Lee," "Junker's Blues," and "Frankie & Johnny" beside the risqué "Nasty Boogie." Dupree was one of the first bluesmen to leave his native country for a less racially polarized European existence in 1959. He lived in a variety of countries overseas, continuing to record prolifically for Storyville, British Decca (with John Mayall and Eric Clapton lending a hand at a 1966 date), and many other firms.



Perhaps sensing his own mortality, Dupree returned to New Orleans in 1990 for his first visit in 36 years. While there, he played the Jazz & Heritage Festival and laid down a zesty album for Bullseye Blues, Back Home in New Orleans. Two more albums of new material were captured by the company the next year prior to the pianist's death in January of 1992. Jack Dupree was a champ to the very end.

"When you open up a piano, you see freedom. Nobody can play the white keys and don't play the black keys. You got to mix all these keys together to make harmony. And that's what the whole world needs: Harmony."
Champion Jack Dupree

zondag 30 november 2008

Arthur,s Muziekverzameling C 216-220

216 Johnny Cash The Mighty Johnny Cash (LP)




217 Johnny Cash/Willie Nelson StoryTellers




218 Johnny Cash Solitary Man



219 Johnny Cash American Recordings



220 Johnny Cash The Beast In me (Live Austin Texas 1994)

zaterdag 29 november 2008

THE BAND

The Band was een Canadees-Amerikaanse rock band. Ze maakten voor het eerst naam in de late jaren zestig als begeleidingsgroep van Bob Dylan. Ze werden later op eigen kracht zeer invloedrijk als vertolkers van Americana en zorgden mede voor het opnieuw populair worden van diverse vormen van Amerikaanse traditionele muziek. In hun muziek versmolt country met folk en rock 'n roll.


The Band bestond uit de Canadezen Robbie Robertson (gitaar, piano), Richard Manuel (piano, harmonica, drums, saxofoon, keyboard, zang), Garth Hudson (keyboard, piano, clavinette, accordeon, synthesizer, saxofoon), Rick Danko (basgitaar, viool, trombone, zang) en de uit Arkansas afkomstige Levon Helm (drums, mandoline, gitaar, basgitaar, zang).



Don,t do it.

Het unieke van hun stijl, vooral in hun eerste albums, was naast hun verbluffende vaardigheid op allerlei instrumenten, hun aan de gospelmuziek ontleende manier van zingen, waarbij zij de melodielijnen aan elkaar overgaven. Samen met bands als The Byrds en The Flying Burrito Brothers zorgde The Band voor een kritisch en vernieuwend geluid en een commercieel succes dat later werd opgepakt en verder gepolijst door artiesten als The Eagles.


I Shall be Released

The Band formeerde zich voor het eerst onder de naam The Hawks, als begeleidingsband van de uit Toronto afkomstige rockabilly zanger Ronnie Hawkins. De groep maakte zich in 1964 los van Hawkins en trad op onder allerlei namen als The Levon Helm Sextet (het zesde lid was saxofonist Jerry Penfound), Levon and the Hawks en The Canadian Squires, maar had weinig succes totdat Bob Dylan hen verzocht mee werken aan een tumultueuze serie concerten in 1965 die Dylan's transitie van "folkie" naar "rocker" markeerden. Vanwege deze concerten is hij lange tijd door folkpuristen verguisd.



King Harvest / Long Black Veil

Hun eerste echte studio-album, Music From Big Pink (1968), genoemd naar het huis waarin ze in Woodstock leefden, werd enthousiast ontvangen. Het bevatte drie nummers van de hand van Dylan (This Wheels On Fire, Tears Of Rage en I Shall Be Released) en een klassieker van Robertson, The Weight, die later deel ging uitmaken van de soundtrack van de film Easy Rider. Het zou hun meest bekende nummer worden.



The Weight

Na het uitbrengen van hun tweede album volgde een tournee waarin ze voor het eerst zelf de hoofdact waren. De hieruit voortkomende spanningen, het meest gevoeld door Robertson die ze probeerde te bestrijden met hypnose, hadden grote invloed op hun volgende album waarvan de titel Stage Fright (1970) boekdelen spreekt.

Volgens sommigen was dit het laatste 'klassieke' werk van The Band en stelde al het volgende enigszins teleur. Van Cahoots (1971) was een aantal songs gewijd aan de toenemende ongerustheid voor de toekomst van de aarde, maar ondanks deze duidelijke milieuboodschap werd dit album minder goed ontvangen dan de vorige. De groep leek in een creatieve impasse te verkeren.



Up on Cripple Creek

Het jaar na jaar touren en platen opnemen ging de band niet in de kouwe kleren zitten.
De vermoeidheid had toegeslagen, vooral bij Robertson die het leven 'on the road' "a goddamn impossible way of life" noemde. Ook andere Bandleden bleken slecht opgewassen tegen de druk die hun status als megasterren met zich meebracht: Manuel raakte verslaafd aan alcohol en Danko aan drugs. Hun laatste studio-album Islands (1975) vertoont dan ook alle sporen van een werk dat uitsluitend vanwege contractuele verplichtingen tot stand is gekomen, al staat er ook een gedenkwaardig nummer op als The Saga of Pepote Rouge.


Bob Dylan & The Band Forever Young Baby Let me you Foll0w Down

In 1976 namen de bandleden afscheid in Winterland in San Francisco met een groots concert The Last Waltz op 24 november, de Amerikaanse nationale feestdag Thanksgiving. Hierbij werd The Band geholpen door een compleet orkest en een lange lijst van gasten onder wie Ronnie Hawkins, Bob Dylan, Muddy Waters, Neil Young, Joni Mitchell, Dr. John (Mac Rebennack), Van Morrison, Eric Clapton, Neil Diamond en de dichter Lawrence Ferlinghetti. Het concert werd op film opgenomen door Martin Scorsese en tezamen met interviews en enkele studioopnamen, waaraan ook The Staple Singers en Emmylou Harris deelnamen, uitgebracht als film The Last Waltz en een drie-dubbel album.

zondag 23 november 2008

Arthur,s Muziekverzameling C 211-215

211 Canned Heat Hooker & Heat



212 Canned Heat Halleluja



213 Clarence Carter Patches



214 Johnny Cash The Beast in Me



215 Johnny Cash The man Comes Around

zondag 16 november 2008

Arthur,s Muziekverzameling C 206-210

206 Camel MoonMadness
(Another Night Live 1976)





207 Camel Breathless
(Down on the Farm)





zo8 Roland van Campenhout & Wannes van de Velde
(Oorlogsgeleerden)
Wannes(Wim) van de Velde is 10 Nov. jl overleden
Onderstaande film is een ode aan Wannes





209 Canned Heat Live at Monterey
(Rollin and Tumbling)





210 Canned Heat The best of
(On the road Again)